Bioethiek
De bioethiek bestudeert de ethische vragen die worden opgeworpen door wetenschappen als biologie, geneeskunde, politieke wetenschappen en theologie. Wetenschap en techniek spelen een steeds belangrijkere rol in de maatschappij wereldwijd. Daarom is het van groot belang om de voor- en nadelen van nieuwe ontdekkingen en technologieën tegen elkaar af te wegen. Onderwerpen waar de bioethiek zich mee bezighoudt, zijn onder meer medische vraagstukken als abortus, euthanasie, toegankelijkheid van zorg, en orgaantransplantatie. Maar ook maatschappelijke onderwerpen als geboortebeperking en drugsgebruik worden door de bioethicus bestudeerd. Verder zijn er thema’s die nu nog toekomstmuziek lijken, maar wel steeds dichterbij komen, zoals het klonen van mensen, of het invriezen van mensen die overlijden om ze later weer tot leven te brengen, de zogeten cryonics.
De taak van UNESCO: de dialoog bevorderen
Juist omdat bij de bioethiek ook culturele factoren als religie en traditie een grote rol spelen, is het van belang het debat erover met zoveel mogelijk landen te voeren. UNESCO draagt hieraan bij. In 1993 werd het Bioethics Programme opgezet. Het eerste grote succes van dat programma kwam in 1997, toen de Algemene Conferentie van UNESCO de Universal Declaration on the Human Genome and Human Rights aannam. Dit was de eerste internationale verklaring op het gebied van bioethica en het document werd in 1998 bekrachtigd door de Algemene Vergadering van de VN.
Verder heeft UNESCO twee belangrijke adviesraden voor de bioethiek. De eerste is het International Bioethics Committee (IBC), dat bestaat uit 36 onafhankelijke experts. Daarnaast is er het Intergovernmental Bioethics Committee (IGBC), waarin vertegenwoordigers van 36 lidstaten zitting hebben. Nederland is tot 2009 van het IGBC, dat elke twee jaar bij elkaar komt om de adviezen van het IBC te evalueren.
